Berichten

Scheuren van vaste plant

Vaste planten kweken door scheuren / delen.

Zelf vaste planten vermeerderen

Er zijn maar weinig tuinklusjes zo bevredigend, als het vermeerderen van de planten waar je zo gek op bent. Zonder al te veel moeite kan iedereen een mooie tuinplant opsplitsen in een flinke hoeveelheid planten. Het enige wat je nodig hebt, is een scherpe spade. Natuurlijk moet je wel weten wat een geschikte plant is en welke niet. Het opsplitsen noemen we ook wel scheuren of delen.

Welke vaste planten zijn geschikt voor scheuren / delen?

Tuinplanten die geschikt zijn om te scheuren, zijn planten die polvormend of bodembedekkend zijn. Een polvormende plant krijgt steeds nieuwe scheuten uit de grond aan de randen van de plant. Hij wordt dus steeds groter. Denk bijvoorbeeld aan Phlox of Kattenkruid. Bodembedekkende planten zijn bijna allemaal geschikt. Ook groenblijvende bodembedekkers, zoals bijvoorbeeld Asarum (Mansoor) of Pachysandra (Dikkemanskruid). Vaak maken bodembedekkende planten zelf al uitlopers die al wortels of wortelpuntjes hebben. Planten die ongeschikt zijn om te delen, zijn planten die een duidelijke houtachtige voet hebben. Zo is bijvoorbeeld een lavendel ongeschikt. Eigenlijk is dit een klein ministruikje.

Hoe moet je vaste planten scheuren / delen?

Planten scheuren is niet zo moeilijk. Als eerste steek je de totale plant uit de grond. Daarna steek je hem met de spade dwars doormidden. De beide helften steek je nog een keer doormidden. Zo ga je door, totdat je merkt dat er geen fatsoenlijke stukken meer overblijven of tot je genoeg planten hebt. De gestoken brokken, plant je direct op een andere plaats weer in de grond. In warme periodes even nat houden, en klaar is de nieuwe border. Tuinplanten scheuren kan zowel in het voorjaar, als in het najaar.

Onderstaande planten kun je scheuren / delen.

Physostegia (scharnierplant), Salvia (Salie), Aster (herfstaster), Helenium (zonnekruid), Rudbeckia (zonnehoed), Hosta (hartlelie), Nepeta (kattenkruid), Persicaria (perzikkruid), Asarum (mansoor), Campanula (karpatenklokje), Hydrangea Annabelle (bolhortensia), Geranium (geranium), Anemone, (Anemoon) Iberis (scheefkelk), Leucanthemum (tuinmargriet), Pachysandra (dikkemanskruid), Veronica (Ereprijs), Echinops (kogeldistel), alle siergrassen, Astilbe (spirea), Liatris (lampenpoetser),

Onderstaande planten kun je beter stekken en zijn ongeschikt om te scheuren.

Perovskia (blauspirea), Gaura (prachtkaars), Erysimum (muurbloem), Lavandula (lavendel), Buxus (palmboompje), Lavatera (kaasjeskruid), Rosa (roos), Verbena (ijzerhard), Centranthus (valeriaan), Callamintha (steentijm),

Wilt u ook meer lezen over het vermeerderen van stuiken door stekken? klik dan hier.

Zoekt u een hovenier in de regio Veenendaal, Wageningen, Rhenen, Ede?? Klik dan eens op de homepage

struiken stekken lavatera struik stek

Struiken stekken

 

Weinig tuinklusjes zijn zo bevredigend en makkelijk als het stekken van bladverliezende struiken. Op internet zul je veel gedetailleerde informatie vinden over het stekken van struiken, waardoor het soms toch nog moeilijk lijkt. Toch is en blijft het vermeerderen van struiken heel simpel. Knip een stukje tak en zet het in de grond. Maak je niet te druk over hoe je de tak afknipt, het aantal ogen, stekpoeder en meer van dit soort dingen. Zonder stekpoeder heb je vast en zeker een minder groot percentage geslaagde stekjes, maar dit kan het feestje vast niet bederven.

 

Wanneer kun je struiken stekken

De meeste struiken kun je zowel in de zomer, als in de winter stekken. We hebben het nu wel over bladverliezende struiken.  Winterstek is gebruikelijker dan zomerstek, en bij sommige struiken werkt dit ook beter. In het geval van het maken van een zomerstek, laat je altijd een klein blaadje aan de stek zitten. Als je teveel blad laat zitten, verdampt het stekje teveel vocht, waardoor het verdroogd. Bij een winterstek zit er logischerwijs geen blad aan de stek. We hebben het tenslotte over bladverliezende struiken.

 

Welk gedeelte van de struik moet je stekken.

Bij het maken van een winterstek, pak je een stukje houtachtige tak met een dikte van potlooddikte tot duimdikte. Denk hierbij aan ongeveer 15 cm lengte, waarvan je de helft in de grond steekt. Bij het maken van een zomerstek, neem je een kruidachtige scheut. Een scheut is een tak die nog diezelfde zomer gevormd is. Deze zijn nog niet verhout, maar zijn nog groenig van kleur. Aan deze scheut laat je nog een klein blaadje zitten.

 

Hoe behandel je de stek.

Stekken moeten in contact staan met de grond om wortels te kunnen vormen. In potgrond zit uiteraard meer lucht dan in zand. Hierdoor wordt de vochtigheidsgraad in de grond onstabiel. Meestal wordt dan ook aangeraden om in zand te stekken. Natuurlijk kun je ook in een potje met potgrond een gaatje maken met je vinger en daar zand in doen. Vervolgens zet je de stek in dat gaatje met zand. De wortels van de stek zullen al snel het voedzame potgrond bereiken en zodoende hoef je de stek niet meer te verplaatsen. Na het maken van de stek moet de grond altijd goed worden aangedrukt. Dit om zoveel mogelijk verdamping te voorkomen. Stekken afdekken met folie geeft bij sommige struiken extra kans op slagen, maar is lang niet altijd nodig. Zet de stekken nooit op een te zonnige plek en haal de stek pas uit de pot als het hele potje vol zit met wortels.

 

Welke struiken kun je goed stekken.

De onderstaande struiken staan er om bekend dat ze makkelijk te stekken zijn. Ook andere struiken kun je natuurlijk gewoon proberen te stekken.

Budleja – Vlinderstruik stekken

Lavatera – Struikmalva stekken

Ficus – Vijgenstruik stekken

Ribes – Bessenstruik stekken

Cornus – Kornoelje stekken

Forsythsia – Chinees klokje stekken

Hydrangea – Hortensia stekken

Ligustrum – Liguster stekken

Vitus – Druif stekken

Viburnum – Sneeuwbal stekken

Philadelphus – Boerenjasmijn stekken

Lavandula – Lavendel stekken

Caryopteris – Baardbloem stekken

Rubus – Braam en Framboos stekken

En meer….

 

Struiken vermeerderen door afleggen.

Alle struiken die je kunt stekken zijn ook geschikt voor afleggen. Bij het afleggen van een struik neem je een tak die je naar beneden buigt en even onder de grond door laat lopen. Zo’n tak zet je vast aan de grond met een ijzerdraad of je legt er een steen op. De plek waar de tak in contact komt met de grond, raakt vanzelf beworteld. Zodra de tak hier genoeg wortels heeft, knip je hem af van de moederplant. Het voordeel van deze manier van vermeerderen is dat je al gelijk een flink grote nieuwe plant hebt.