Berichten

Katten verjagen, weren, met planten

Katten verjagen met planten.

Wat zoekt een kat in uw tuin

Waarom is die kat van de buren altijd geneigd om in uw tuin zijn behoefte te doen? Er zijn nog zoveel andere tuinen!! De meeste katten hebben de behoefte hun grote boodschap te bedekken met zand, grind of ander los materiaal. Waarschijnlijk is uw grindvak of uw border uitermate geschikt hiervoor en is er bij de buren alleen een grasveld of een bestrating. Een plantenborder met weinig planten en veel kale grond is het allermooiste toilet voor de katten uit de buurt.

 

Hoe maak je je tuin minder interessant voor katten

Zorg dat er in de plantvakken geen kale grond te zien is. Direct zal het bezoek van de katten sterk afnemen. Er valt weinig te graven in zo’n volle tuin. Vaste planten die in de winter bovengronds afsterven, zijn dus alleen in de zomer geschikt om de katten weg te houden. Wintergroene planten  nemen het hele jaar hun plek in en zijn daardoor interessanter.  Het allermooiste zijn de wintergroene bodembedekkers. Deze bedekken de bodem het hele jaar door en maken uw border totaal ongeschikt als kattentoilet.  Een groot bijkomend voordeel is dat ook onkruid geen kans meer maakt. Behalve de tuin vol poten, kun je ook planten gebruiken die katten afschrikken door hun geur. Katten hebben een hekel aan alle planten die een citroengeur verspreiden.

 

Aan welke planten irriteren katten zich?

Er zijn veel planten die een citroengeur kunnen verspreiden. Soms continue, maar meestal bij aanraking. Er zijn echter maar enkele planten geschikt voor onze tuinen en ons klimaat. De meest bekende en effectieve lijkt de Geranium macrorrhizum (Ooievaarsbek). Daarnaast kun je ook gebruik maken van Melissa officinalis (Citroenmelisse). Niet winterharde planten die je kunt gebruiken, zijn de Lippia citrodora (citroenverbena) en de Tagetes erecta (afrikaantje).

 

Katten verjagen met Geranium macrorrhizum. (Ooievaarsbek)

De Geranium macrorrhizum is een ijzersterke en wintergroene bodembedekker, die het in onze tuinen goed kan doen in zowel de zon als de schaduw. De soort houdt niet van hete plekken op droge zandgrond. De hoogte van de plant is ongeveer dertig centimeter en de soort is overal goed verkrijgbaar. Gemeentes gebruiken deze bodembedekker steeds vaker in de strijd tegen onkruid. Bij aanraking van de plant komt er direct een citroengeur vrij die katten erg irritant vinden. Deze Geranium kun je dus het beste plaatsen op plekken waar de katten de tuin inlopen om zodoende hun route te blokkeren.

 

Katten verjagen met Melissa officinalis (Citroenmelisse)

Melissa officinalis is een Zuid Europese plant van 30 tot 80 centimeter hoog. Een kruid dat veel wordt gebruikt in de keuken. De bladeren worden gebruikt als smaakmaker in soepen en sauzen, en er wordt zelfs thee van getrokken. De thee is goed tegen stress en slapeloosheid. In onze tuinen is de plant winterhard. Daarnaast heeft Melissa officinalis een enorme aantrekkingskracht op bijen. Zelfs zo dat imkers hun lege korven insmeren met Citroenmelisse om een bijenvolk aan te trekken. De plant staat het liefst op vochtige grond in de volle zon. Katten irriteren zich aan de citrusgeur.

 

Katten verjagen met stekelige planten

Behalve de geur van planten kun je natuurlijk ook de stekels van de planten gebruiken om katten te weren uit de tuin. Waar een kat gemakkelijk door een coniferen haag kan kruipen, bedenkt hij zich wel drie keer voordat hij door een meidoornhaag of vuurdoornhaag loopt. De stekels van de vuurdoorn zijn bij wijze van speken groot genoeg om een tijger tegen te houden. Hoe ouder de plant, hoe groter de stekels! De vuurdoorn wordt vaak ook gebruikt als klimplant en als gevelplant. Het is dus ook goed mogelijk een tak van de vuurdoorn over de schutting heen te leiden, om zodoende de schutting te veranderen in een onneembare hindernis voor katten.

 

Kattenpoep in de tuin

Katten poepen in zanderige gedeeltes van de tuin.

Scheuren van vaste plant

Vaste planten kweken door scheuren / delen.

Zelf vaste planten vermeerderen

Er zijn maar weinig tuinklusjes zo bevredigend, als het vermeerderen van de planten waar je zo gek op bent. Zonder al te veel moeite kan iedereen een mooie tuinplant opsplitsen in een flinke hoeveelheid planten. Het enige wat je nodig hebt, is een scherpe spade. Natuurlijk moet je wel weten wat een geschikte plant is en welke niet. Het opsplitsen noemen we ook wel scheuren of delen.

Welke vaste planten zijn geschikt voor scheuren / delen?

Tuinplanten die geschikt zijn om te scheuren, zijn planten die polvormend of bodembedekkend zijn. Een polvormende plant krijgt steeds nieuwe scheuten uit de grond aan de randen van de plant. Hij wordt dus steeds groter. Denk bijvoorbeeld aan Phlox of Kattenkruid. Bodembedekkende planten zijn bijna allemaal geschikt. Ook groenblijvende bodembedekkers, zoals bijvoorbeeld Asarum (Mansoor) of Pachysandra (Dikkemanskruid). Vaak maken bodembedekkende planten zelf al uitlopers die al wortels of wortelpuntjes hebben. Planten die ongeschikt zijn om te delen, zijn planten die een duidelijke houtachtige voet hebben. Zo is bijvoorbeeld een lavendel ongeschikt. Eigenlijk is dit een klein ministruikje.

Hoe moet je vaste planten scheuren / delen?

Planten scheuren is niet zo moeilijk. Als eerste steek je de totale plant uit de grond. Daarna steek je hem met de spade dwars doormidden. De beide helften steek je nog een keer doormidden. Zo ga je door, totdat je merkt dat er geen fatsoenlijke stukken meer overblijven of tot je genoeg planten hebt. De gestoken brokken, plant je direct op een andere plaats weer in de grond. In warme periodes even nat houden, en klaar is de nieuwe border. Tuinplanten scheuren kan zowel in het voorjaar, als in het najaar.

Onderstaande planten kun je scheuren / delen.

Physostegia (scharnierplant), Salvia (Salie), Aster (herfstaster), Helenium (zonnekruid), Rudbeckia (zonnehoed), Hosta (hartlelie), Nepeta (kattenkruid), Persicaria (perzikkruid), Asarum (mansoor), Campanula (karpatenklokje), Hydrangea Annabelle (bolhortensia), Geranium (geranium), Anemone, (Anemoon) Iberis (scheefkelk), Leucanthemum (tuinmargriet), Pachysandra (dikkemanskruid), Veronica (Ereprijs), Echinops (kogeldistel), alle siergrassen, Astilbe (spirea), Liatris (lampenpoetser),

Onderstaande planten kun je beter stekken en zijn ongeschikt om te scheuren.

Perovskia (blauspirea), Gaura (prachtkaars), Erysimum (muurbloem), Lavandula (lavendel), Buxus (palmboompje), Lavatera (kaasjeskruid), Rosa (roos), Verbena (ijzerhard), Centranthus (valeriaan), Callamintha (steentijm),

Wilt u ook meer lezen over het vermeerderen van stuiken door stekken? klik dan hier.

Zoekt u een hovenier in de regio Veenendaal, Wageningen, Rhenen, Ede?? Klik dan eens op de homepage

Goudvink in de tuin

Dieren lokken naar je tuin.

Dieren lokken naar uw eigen tuin.

Beestjes in de tuin. Niet ieder mens zal er gek op zijn maar, veel mensen gelukkig wel. Zonder het misschien in de gaten te hebben, heb je als tuineigenaar enorm veel invloed op de biologische kringloop in je eigen tuin. Als tuineigenaar schep je een geschikte of een minder geschikte omgeving voor de dieren. De dieren in je tuin zijn afhankelijk van jou keuzes.

Het begint met insecten

Voor alle dieren in de tuin is het belangrijk dat er insecten aanwezig zijn. Dieren zijn waar hun voedsel is, en bij veel dieren in onze tuin zijn dat insecten. Vleermuizen vangen insecten in de schemering uit de lucht. Ze vangen niet alleen muggen maar ook lieveheersbeestjes, andere torren en nachtvlinders. Egels eten de insecten op de grond, zoals slakken, wormen en pissebedden. Ook vogels zijn soms volledig afhankelijk van insecten bij het voeren van hun jongen. Voor koolmeesjes is de aanwezigheid van rupsen bijvoorbeeld erg belangrijk in het voorjaar. Kortom: zonder insecten geen dieren in de tuin.

Insecten lokken met bloemen.

Natuurlijk rijst nu direct de vraag hoe je deze insecten naar je tuin kunt lokken. Ook insecten zijn waar hun voedsel is. In veel gevallen is dat nectar of stuifmeel uit de bloemen van de planten, of zijn het de planten zelf. Luizen, rupsen en slakken eten bijvoorbeeld de plant zelf, en vlinders, bijen en hommels zijn afhankelijk van de nectar in de bloemen. Een dichtgeplaveide tuin met een paar bloempotjes en een kale schutting is de ultieme nachtmerrie voor ieder insect. In wijken met teveel van zulke tuinen, zul je weinig vogels horen fluiten en weinig leven om je heen ervaren. Wil je tegenwicht bieden aan deze kleurloze en levenloze tuinen? Maak dan gebruik van extra lang bloeiende planten. Op deze website vindt u hier een artikel over.

Vogels lokken met water in de tuin.

Met de aanwezigheid van water in de tuin scoor je extra bonuspunten. Allerlei waterafhankelijke insecten zoals muggen, libellen en schrijvertjes zullen er door aangetrokken worden. Veel vogels en andere dieren zullen het dankbaar gebruiken als badderplaats, en ook reptielen kunnen nu in uw tuin terecht. Denk bijvoorbeeld aan kikkers en salamanders.

Zorg voor geschikte verstopplekken.

Ieder diertje groot of klein moet zich kunnen verschuilen. Geen enkel dier voelt zich veilig of prettig in een kale tuin zonder bijvoorbeeld struiken of een rommelhoekje. Ook moeten de vogels hun nest ergens zien te verstoppen in een struik, boom, klimplant of iets dergelijks om hun jongen veilig groot te brengen. Er zijn in Nederland wijken genoeg zonder een geschikte boom om een nest in te bouwen. Vogels gaan hun heil zoeken op een lager niveau, waar ze kwetsbaarder zijn voor katten. Struiken en bomen zijn dus erg belangrijk in de tuin. Egels verstoppen zich graag in dichte bosjes, rommelhoekjes, hagen of in een stapel haardhout. Een keurig opgeruimde tuin vinden ze minder waardevol, dan u dat misschien vindt. Veel Insecten verstoppen zich in de winter om de vorst te overleven. Struiken, haardhout en snoeiafval, kunnen hier weer heel belangrijk zijn. Ook een composthoop, een hoop keien of een stapelmuur zijn waardevolle elementen voor insecten.

Een haag in plaats van een schutting.

Iedere haag is een groot voordeel voor alle dieren. Dieren verschuilen zich er in, en voor de vogels is het bovendien een mooie nestgelegenheid. Daarnaast fourageren vogels in de haag om insecten te vangen. Natuurlijk is ieder blaadje groen op zichzelf al belangrijk voor het insectenleven in de tuin.

Vogels en vleermuizen lokken met nestkasten.

Voor iedere vogel zijn er nestkasten te verkrijgen. In wijken waar weinig bomen en struiken staan, zijn deze nestkastjes enorm belangrijk. Als de jonge vogels worden gevoerd, heb je bovendien iets leuks om naar te kijken. Voor vleermuizen zijn er ook speciale kasten in de handel. Als je niet zo gek bent op vleermuizen, is het misschien goed om te bedenken dat ze kilo’s muggen naar binnen werken vlak voor je slaapkamerraam.

Zorg voor diversiteit aan planten

Een grotere diversiteit aan planten is een mooi extra voordeel voor de dieren in de tuin. De ene plant trekt luizen aan in het voorjaar, terwijl een andere plant dit midden in de zomer doet. Zodoende hebben de kleine meesjes altijd iets te eten. Slakken en rupsen zullen sommige planten graag eten, en andere planten laten staan. Een divers aanbod voorkomt een gebrek aan voedsel voor deze beestjes, en zodoende zullen de egels en de vogels zich rond kunnen eten aan rupsen en slakken. Bijen en vlinders gedijen ook beter bij een grotere diversiteit aan planten. Vaste planten zullen afwisselend in bloei komen en om beurten nectar en stuifmeel produceren voor de vliegende insecten.

Eekhoorns lokken met noten en bessen.

Een eekhoorn is voor veel mensen het ultieme wilde dier in de tuin. Samen met wezels, bunzings, hermelijnen en roofvogels staan ze aan de top van de voedselketen in de tuin. De eekhoorn leeft van noten, zaden, bessen, paddestoelen, rupsen, slakken, bladknoppen, eieren en jonge vogels. Een echte omnivoor dus. Hun nest maken ze vooral hoog. Hoge coniferen en dennen zijn ideaal voor de eekhoorn. Eekhoorns kun je het beste lokken door het aanplanten van bijvoorbeeld een walnoot, een groep hazelaars, een tamme kastantje of besdragende planten zoals de vlierbes. Natuurlijk heeft ook een vijver een enorme aantrekkingskracht op eekhoorns. Dit vanwege het drinkwater, maar ook vanwege de vele diertjes die daar omheen rondscharrelen.

Hoveniersbedrijf Ultima Flora uit Rhenen, is een hoveniersbedrijf die graag meedenkt met de natuur als dat past binnen de wensen van de klant. Klik hier voor de homepagina.

Eekhoorn op nestkastje in de tuin

Eekhoorn in de tuin op nestkastje

Hoveniersbedrijf Ultima Flora uit Rhenen, is een hoveniersbedrijf die graag meedenkt met de natuur als dat past binnen de wensen van de klant. Klik hier voor de homepagina.

kuifmees in de tuin

Kuifmees in Rhododendron

Onderhoudsvriendelijke tuin maken

Tips voor een onderhoudsvriendelijke tuin.

De indeling van de onderhoudsvriendelijke tuin.

Bij het aanleggen van een onderhoudsvriendelijke tuin heb je een keuze in de indeling. Grofweg kun je kiezen uit gazon, border, bestrating en grind. Om een tuin goed in balans te laten zijn, moet eigenlijk minimaal 50% van het oppervlakte uit groen bestaan. Dit wil zeggen; gazon of border. Van deze twee is de plantenborder de meest onderhoudsvriendelijke optie, als je tenminste kiest voor de juiste beplanting. Een gazon betekent immers wekelijks grasmaaien en daarnaast nog kantensteken, onkruidbestrijden, verticuteren, etc. Bij de keuze tussen bestrating of grind, is bestrating de meest voordelige optie.

Het gebruik van onderhoudsvriendelijke planten.

Plantenborders kunnen erg onderhoudsintensief, maar ook bijna onderhoudsvrij zijn. Alles hangt af van de keuzes die gemaakt worden wat betreft plantensoorten. Eigenlijk moet je bij het indelen van de border in je achterhoofd houden, dat ieder lichtstraaltje op de bodem werk veroorzaakt. Onkruid groeit logischerwijs alleen als het licht krijgt. Bij het kiezen van vaste planten, kies je dus voor planten die licht wegnemen van de bodem. Zo is bijvoorbeeld een roos een enorm slechte keuze, en een hosta met zijn grote bladeren een veel betere. De hosta sterft echter in de winter wel bovengronds af, en laat in het najaar en vroege voorjaar dus alsnog licht door. Wintergroene planten die in de winter hun blad vasthouden, zijn dus een nog betere keuze, als je werkt aan een onderhoudsvrije border. Voorbeelden zijn Euyonimus, Viburnum davidii, kruipconiferen, Pachysandra, en buxus. Deze wintergroene planten staan over het algemeen niet bekend vanwege hun prachtige bloei. Je zou ze dus kunnen afwisselen met bloeiende vaste planten

Onderhoudsvriendelijke en rampzalige bodembedekkers.

Bodembedekkers worden over het algemeen gezien als een goed middel tegen onkruid. Veel bodembedekkers vormen een soort zode, waar onkruid geen schijn van kans heeft. Natuurlijk duurt het wel enige tijd, voordat de bodembedekkers ook daadwerkelijke de hele bodem hebben bedekt. Tot die tijd zul je het onkruid met de hand tussen de bodembedekkers moeten uittrekken en kun je de schoffel in de schuur laten staan. Niet alle bodembedekkers vormen binnen een paar jaar een compleet dichte zode en sommigen zelfs helemaal nooit. Die bodembedekkers bezorgen je alleen maar extra werk. Voorbeelden van geschikte wintergroene onderhoudsvriendelijke bodembedekkers zijn; Campanula, Waldsteinia, Leptinella en Ajuga. Gebruik ze nooit als hoofdbeplanting maar altijd in combinatie met vaste planten of struiken.

Een onderhoudsvriendelijke bestrating.

Bestrating zorgt voor onderhoudswerk zodra er onkruid in de voegen groeit, en als het groen gaat uitslaan van mos of algen. Om onkruid in de voegen te voorkomen kun je kiezen voor grotere tegels, zodat je minder voegen hoeft bij te houden. Ook kun je de voegen dicht maken met voegsel. Om algen en mos te voorkomen, gebruik je tegels met een glad oppervlakte.

Een onderhoudsvriendelijke haag en onderhoudsvrije struiken.

Denk bij het kiezen van een haag goed na over de tijd die het gaat kosten om deze haag bij te houden. Kies je bijvoorbeeld voor een ligusterhaag, dan kost je dat drie keer per jaar een snoeibeurt. Het gros van de hagen zul je twee keer per jaar moeten snoeien en sommigen slechts één keer. Deze langzaam groeiende hagen zijn vaak wat duurder in de aanschaf, maar besparen je dus op lange termijn veel tijd en energie. Laat je bij de aanschaf van een haag dus goed voorlichten. Ook losse struiken die je in de tuin zet, zijn heel verschillend in onderhoud. Er zijn struiken genoeg te vinden waar je jarenlang niet naar om hoeft te kijken, zonder dat ze boven de schutting uit zullen komen. Voorbeelden hiervan zijn Rhododendron, dwergconiferen, japanse esdoorn, Skimmia, etc. Ook struiken nemen natuurlijk licht weg van de bodem waardoor je minder onkruid hoeft te bestrijden.

Onderhoudsvriendelijke bomen.

Bomen kosten tijd vanwege het blad dat ze laten vallen en wellicht ook door het snoeiwerk dat ze meebrengen. Denk bij het kiezen van een boom goed na over de uiteindelijke hoogte die de boom mag bereiken. Door de juiste soort te kiezen, bespaar je jezelf onnodig snoeiwerk. Ook is het zaak om geen model bomen te nemen,  zoals lei-lindes of dakplantanen. De Nothofagus antartica is een boom met minuscule blaadjes, waarvan je niet veel bladafval in je tuin zult tegenkomen. Naast bladverliezende bomen, kun je ook gaan voor een groenblijvende boom. De Magnolia grandiflora of de gewone hulst bijvoorbeeld. Doordat ze hun blad vasthouden, heb je gegarandeerd een rustige herfst.

Bent u op zoek naar een hovenier die u helpt bij het inrichten van uw tuin. De schrijver van dit artikel helpt u graag. Voor de homepage klikt u hier. Hovenier

Zelf een tuinbonsai maken.

 

Van welke bomen kan je een tuinbonsai maken?

Een bonsaiboom is in principe een miniatuur van een volwassen boom. Een schaalmodel dus. Een tuinbonsai is uiteraard wel wat groter dan een bonsai die je in de huiskamer neerzet maar uiteindelijk ook een schaalmodel van een volwassen vrijstaande boom. Als je denkt aan oude bomen, zoals je ze ziet in natuurfilms over de Afrikaanse savanne, dan zie je een boom voor je met horizontale vlakken. Het creéren van horizontale vlakken is de basis bij het maken van een tuinbonsai. Omdat het leuk is dat een tuinbonsai ook sierwaarde heeft in de winter, worden er meestal groenblijvende struiken en bomen gebruikt. Als je de tuinbonsai in de volle grond wilt planten, zul je ook winterhard plantmateriaal moeten gebruiken. Voorbeelden van soorten waarmee je een goede Nederlandse tuinbonsai kunt maken zijn; Buxus, Taxus, Pinus (Den), Juniperus (jeneverbes), en Thuja (conifeer)

 

Hoe kan je zelf een tuinbonsai maken?

Op de foto bij dit artikel zie je een buxusbol en hoe hij er exact twee jaar later uitziet als tuinbonsai. Zoals je kunt zien, heeft de buxusplant als tuinbonsai veel minder volume. Het wegknippen van de dunne karakterloze takjes, is dan ook het eerste wat er moet gebeuren bij het maken van een tuinbonsai. Dit kan alleen als je voor jezelf helder hebt welke takken je wilt overhouden. Natuurlijk kies je voor de dikste takken die al wat karakter hebben. Nadat je de waardeloze takken hebt weggeknipt, ga je de overgebleven takken in de goede stand zetten. Meestal zul je takken moeten uitbuigen van opgaande positie naar horizontale positie. Dit kan bijvoorbeeld door een tak te omwikkelen met ijzerdraad en vervolgens te buigen in de gewenste horizontale positie. Ook is het belangrijk dat je naar alle richtingen takken laat groeien. Loop steeds om de boom heen om te controleren of de tuinbonsai er van alle kanten evenwichtig uitziet. Bij het omwikkelen met ijzerdraad is het belangrijk dat de bast van de plant niet teveel beschadigt.

Na deze werkzaamheden is het voorlopig even wachten. Bij een buxus kun je al na een half jaar het ijzerdraad verwijderen. De takken hebben dan inmiddels hun nieuwe positie aangenomen en zullen blijven staan, zoals je ze gebogen hebt. Bij andere soorten, zoals taxus en thuja duurt dit veel langer. Bij thuja moet je misschien zelfs helemaal geen takken willen buigen. Zelfs horizontale takken van polsdikte trekken nog steeds omhoog. Na enkele jaren staan de takken weer volledig steil omhoog. Direct na het uitbuigen van de takken, kun je een begin maken met het snoeien van platte vlakken. Door de jaren heen, knip je steeds alles weg wat buiten het bestemmingsgebied groeit. Eigenlijk net als bij een buxusbol of piramide.

 

Onderhoud tuinbonsai

Een tuinbonsai moet, net als een buxusbol of haag, gewoon twee keer per jaar gesnoeid worden in de gewenste vorm. Daarbij is het belangrijk dat het idee blijft bestaan, dat de bonsai een schaalmodel is van een volwassen oude boom. Laat de platte vlakken vooral geen bollen worden. Dit geeft direct een truttig resultaat. Ook is het belangrijk dat de bovenste vlakken niet te breed worden. Zodoende zouden ze het licht wegnemen voor de onderste vlakken.

Hoveniersbedrijf Ultima Flora helpt u graag bij uw tuin. http://www.ultimaflora.garden

Portfolio Items