Berichten

Coniferen soorten voor een haag. (overzicht)

Coniferen soorten voor een haag (haagconiferen)

Coniferen zijn er in honderden soorten en ondersoorten. Coniferen die geschikt zijn voor een haag, zijn er veel minder. Haagconiferen moeten snel een dichte rij kunnen vormen en goed bestand zijn tegen regelmatige snoei. Welke conifeer je moet nemen in een specifieke situatie, is voor veel mensen een grote vraag. In dit artikel vindt u per coniferen soort een korte opsomming van planteigenschappen. De meest voorkomende haagconiferen soorten vindt u hieronder.

 

Coniferen soorten voor een haag: (haagconiferen)

  • Thuja occidentalis “Brabant”
  • Thuja occidentalis “Yellow ribbon”
  • Thuja occidentalis “Smaragd”
  • Thuja plicata “Atrovirens”
  • Thuja plicata “Gelderland”
  • Thuja plicata “Martin”
  • Taxus baccata
  • Taxus media “Hicksii”
  • Chamaecyparis lawsoniana
  • Cupressocyparis leylandii

 

Thuja occidentalis coniferen soorten.

Van de Thuja occidentalis soorten kun je over het algemeen zeggen dat het sterke coniferen zijn. De Thuja occidentalis “Brabant” wordt veelvuldig gebruikt, en is misschien wel de meest voorkomende haagconifeer. Kenmerkend is de gele of bronzen verkleuring in de winter. Vooral bomen in de wind kleuren flink naar de gele kant. Niet iedereen vindt dit mooi. In de winter gaat de Brabant ook in de rui. Een gedeelte van het groen valt daarbij van de boom. Alle Thuja occidentalis soorten houden er van om vrij te staan. Ze zijn dus niet geschikt om te gebruiken onder grotere bomen. De Brabant is een snelle groeier waarmee je snel een dichte haag kunt realiseren. Een sterke conifeer voor weinig geld. De Thuja occidentalis “Yellow ribbon” is een geschikte kandidaat voor een gele haag. In tegenstelling tot de “Brabant”, groeit deze conifeer niet zo hard. De uiteindelijke hoogte is dan ook slechts vier meter, wanneer er geen snoei zou plaatsvinden. Ook de Thuja occidentalis “Smaragd” wordt voor hagen gebruikt. Een smal opgaande conifeer met een compacte groei. Je kunt je afvragen of een smalle opgaande groei erg geschikt is voor een haagplant. Een voordeel van de smaragd is de trage groei, waardoor er niet zo vaak gesnoeid hoeft te worden. Daarnaast hebben ze de positieve eigenschap dat ze vochtige grond verdragen. Als de smaragd haag eenmaal vol is, heb je zeker een mooie haag. Dit ook door de kenmerkende draaiingen in het loof.

 

Thuja plicata coniferen soorten.

De Thuja plicata coniferen soorten onderscheiden zich van de occidentalis soorten door hun extra bladglans. Ook zijn de veelgebruikte plicata’s vaak mooi diepgroen van kleur. De snelgroeiende plicata’s moeten vaker gesnoeid worden dan de meeste occidentalis soorten. De Thuja plicata “Martin” is, na de taxus soorten, misschien wel de donker groenste haagconifeer. Prachtig als achtergrond achter bloeiende planten. Ook de plicata “Atrovirens” en de plicata “Gelderland” zijn zomer en winter mooi groen zonder verkleuring naar de gele kant. De plicata soorten zijn moeilijk uit elkaar te houden. De plicata Gelderland heeft een wat fijnere bladstructuur en de “Martin” wat grover. Ook is de laatstgenoemde iets meer opgaand van vorm. De plicata’s stellen weinig eisen aan de grondsoort en aan hun omgeving. Ook voor kleigrond zijn deze coniferen dus geschikt.

 

Taxus coniferen soorten.

Taxus coniferen zijn de donker groenste haagconiferen die er zijn. Tuinarchitecten gebruiken de Taxus vaak als achtergrond achter bloeiende planten. Door de donkergroene achtergrond komen de bloemkleuren mooier uit. Een Taxus groeit langzaam, wat aanzienlijk kan schelen in snoeiwerk. Ook is de Taxus de enige conifeer die uitloopt op kaal hout. Zelfs als je alle zijtakken van een Taxus wegknipt, krijg je weer nieuwe uitlopers op de stam. Een haag die te breed is geworden, kan je zodoende altijd weer omvormen naar een nieuwe smalle haag. Voordat een taxushaag mooi vol is, ben je vaak enkele jaren verder. Maar het resultaat mag er zijn. Een groot voordeel van de Taxus is dat de planten ook in de schaduw goed groeien. Halfschaduw is het meest ideaal voor de Taxus. Bijna alle delen van een taxusplant zijn giftig voor mensen en dieren. Taxus baccata is de meest gebruikte taxussoort voor hagen. De Taxus media “Hicksii” groeit nog langzamer dan de Taxus baccata en vormt uiteindelijk een nog dichtere haag. De Taxus baccata “Fastigiata” is ongeschikt als haagplant. Deze ondersoort is bedoeld als solitaire plant in de border.

 

Chamaecyparis lawsoniana coniferen soorten.

Chamaecyparis coniferen zijn beschikbaar in allerlei kleuren en varieteiten. Zo zijn er blauwe en gele varianten beschikbaar. Chamaecyparis soorten houden niet van klei, maar van zure voedzame zandgronden. Ook houden Chamaecyparis soorten niet van een winderige standplaats. Chamaecyparis lawsoniana “Collumnaris” is de blauwe variant die het meest wordt toegepast. Een snelgroeiende soort, waarmee je snel een blauwgrijze haag kunt maken. Chamaecyparis soorten zijn gevoeliger dan andere coniferen voor Phytophthora wortelrot en schimmels. De bladstructuur is fijner, dan bij de meeste Thuja soorten.

 

Cupressocyparis leylandii

De leylandii conifeer is één van de snelst groeiende coniferen. Soms met een scheutlengte van een meter per jaar. Het is een boom die niet compact, maar heel open groeit. Een leylandii haag is snel op hoogte, maar is dan dus nog lang niet vol. Ook deze conifeer is wat gevoeliger voor allerlei schimmels. Met deze zeer snel groeiende haag, ben je verzekerd van veel onderhoudswerk. Toch is deze conifeer een van de populairste haagconiferen. Ook op kleigrond doet een leylandii haag het vaak goed. Een leylandii kan goed tegen wind. Dit in de zin dat de boom het niet onprettig vind of er aan dood gaat. In tegenstelling daarop kan de boom soms makkelijk omwaaien vanwege zijn oppervlakkige wortelgestel. Laat om die reden een leylandii haag nooit te hoog worden.